De undercover vraag in teams

De undercover vraag in teams

 

In teams waar weinig verbinding is vergeten teamleden om elkaar vragen te stellen. En dan geen undercover-vragen maar echte vragen waarop je het antwoord wil horen. Dat lijkt simpeler dan het in werkelijkheid is.

“Hoe kan ik jou dan helpen Carina?
Want weet je nog dat kwaliteitstraject?
Toen hebben we daar ook een hele discussie over gehad
En toen legde ik je al uit dat het voor mij heel lastig is
om jou vanuit mijn expertisegebied te helpen.
Ik heb daar simpelweg niet de connecties die Thomas wel heeft…..”

Eric praat nog een hele tijd door.

Ik zie op het scherm dat Carina volledig afhaakt.

Stel een echte vraag

“Misschien kun je je vraag nog een keer stellen?” stel ik voor.
Eric kijkt verbaasd. Hij denkt even na.
En zegt “Welke vraag bedoel je?”.

Tja, als hij het al niet weet.
Hoe kan hij dan van Carina verwachten
dat zij de vraag nog paraat heeft.
Laat staan dat ze een antwoord geeft.

Ik help hem even op gang:
“Je vroeg: “Hoe kan ik jou dan helpen Carina?”

“Ah, die bedoel je. Nou, Carina vind je dat ik jou kan
helpen op dat gebied?”

Carina glimlacht.
“Ja, Erik ik vind dat zeker.
Ik zou graag samen op willen trekken.
Dus aan het begin van een project samen kijken
wie erbij betrokken moeten worden.
En dan samen besluiten wie welke rol moet vervullen,
zodat dat helder is.
Volgens mij zijn er genoeg projecten
waar mijn expertise van toegevoegde waarde kan zijn.
En daar word ik nu niet in betrokken.”

Ik zie Erik op het scherm zijn wenkbrauwen optrekken en zuchten.
“Daar gaan we weer”, lijkt hij te denken.
Blijkbaar is dit niet de eerste keer dat ze het hier over hebben.
En ook nu lijkt het niet tot een oplossing te leiden.

“Ja, daar heb je zelf natuurlijk ook een rol in.
Als je vindt dat je bij een project aangehaakt had moeten worden
Dan moet dat bespreken.
Ik heb je vaak genoeg gemaild met de vraag of je bij een afspraak kunt zijn.
Meestal lees je die mail niet, of je komt niet naar de afspraak.
Dus dat schiet niet op.
Je snapt toch wel dat je er iets voor moet doen?”.

De undercover vraag

Pff, ik vind het een vermoeiend gesprek.
De oordelen en meningen schieten over de tafel.
Er is weinig verbinding.

En dat is logisch.
Met al die undercover-vragen.

Die undercover-vragen zien we veel in teams met weinig binding.

Wat het zijn?
Vragen die worden verpakt in een woordenbrij,
meestal omdat ze spannend zijn om te stellen.

Of vragen die helemaal geen vraag zijn,
maar eerder een mening.

Vragen als:
Vind je dan niet dat…?
Is het een idee dat….?
Je bent het toch met me eens dat…?

Dat zijn geen vragen die voor verbinding zorgen.

Meer verbinding in teams

Voordat je een vraag kunt stellen die voor meer verbinding zorgt
moet je eerst bij jezelf checken of je het antwoord wel wilt weten.

Als je antwoord niet wil weten,
stel de vraag dan niet.
Geef gewoon je mening, dat is wel zo duidelijk.

Een leuk experiment voor de komende tijd.
Kijk bij een volgend overleg eens
hoeveel vragen er aan elkaar worden gesteld.
Hoeveel vragen worden er bedolven onder informatie?
En hoeveel van die vragen zijn helemaal geen vragen,
maar een mening of een oordeel?

Hou jezelf en jouw collega’s erop alert.

Laat ons weten wat het jou en jullie oplevert!

Wil jij leren hoe je de dynamiek in groepen sneller leert zien en slim leert gebruiken om teams in beweging te krijgen? In februari starten we weer met een training luie teamcoaching. Er zijn nog twee plekken vrij. Klik hier voor meer informatie

Over Firijn

Firijn ontgrendelt de kracht van groepen.

Er zit zoveel meer in een soepel werkend team. Meer plezier, meer inzet, meer commitment, meer snelheid en vooral: meer resultaat. In omzet, in klanttevredenheid, in prestaties, in efficiency, in kwaliteit. Om dat er uit te halen, moet je soms wél stevig ingrijpen. En dan heb je aan ons een goeie.
We hebben een behoorlijk afwijkende werkwijze van de meeste andere coaches.

In alles wat we doen nemen we de groep als geheel als uitgangspunt – niet het individu. Omdat we geloven dat échte verandering, verandering die blijft, alleen in de onderlinge dynamiek kan plaatsvinden. Het is de interactie die teams kan bouwen en breken.

Ben je geïnteresseerd geraakt? Aarzel in dat geval niet om contact met ons op te nemen. Wij zijn er voor je. En voor je team.

Niet weer een teamdag

Niet weer een teamdag

 

Een teamdag organiseren om met elkaar te werken aan verbetering…. Klinkt als een goed plan. Zeker als het team genoeg te verbeteren heeft en iedereen dat ook nog eens onderkent. Toch kun je ook in die situatie soms beter geen teamdag organiseren. Het kan heel goed meer schade geven dan winst. Hoe dat werkt en wat je in dat geval kunt doen, lees je in ons blog. 

“Het is een echt een team met veel passie” zegt de manager oprecht.
Zij spreekt vol lof over ieders individuele kwaliteiten.

“Alleen de samenwerking loopt niet echt soepel”,
zo legt de manager uit.
“Gezamenlijke projecten komen wel van de grond
maar worden niet afgemaakt,
teamvergaderingen worden slecht bezocht
en mensen zijn vaak niet voorbereid.

Gevolg is dat veel teamleden hun eigen boontjes doppen.
Ze werken zich drie slagen in de rondte,
vragen weinig hulp
en vinden eigen wielen uit in de uitoefening van hun vak.
Intussen loopt de werkdruk steeds verder op.”

“Dat moet anders kunnen”, vindt de manager,
die vijf maanden geleden vol goede moed
aan haar nieuwe baan is begonnen.

Na de kennismaking met de manager besluiten
we een kennismaking met het team te organiseren.
“Dat is zinvol want”, zo vertelt de manager ons, “ze zijn nogal kritisch”.
Zo gezegd, zo gedaan. We plannen een korte bijeenkomst.

Kennismaking met het team

Als het tijd is om te starten zijn nog maar drie van de achttien mensen aanwezig.

Om de beurt druppelen teamleden binnen.
Dat lijkt iedereen de normaalste zaak van de wereld te vinden.
Dan vragen ook nog eens vier mensen of we eerder dan gepland kunnen afronden.
Wij houden ons even stil.
Weer niemand die opkijkt van dit gedrag.
Genoeg werk aan de winkel lijkt ons.

Bij de start van de bijeenkomst is men afwachtend.
Mensen blijven stil en leunen achterover.
We kunnen slecht zien wat ze denken of voelen.
Niemand spreekt zich echt uit.

Dit rijmt niet helemaal met het beeld van een passievol team dat de manager ons schetste.

Dan doen we een check-in om beeld te krijgen
bij de verbeterpunten die het team ziet voor zichzelf
en de urgentie die ze daarbij ervaren.

Team in de weerstand

Eén van de vragen is: wat dacht je op weg hier naartoe?

Patrick stapt als eerste naar voren:
“Ik dacht: kon ik maar aan het werk. Ik wil hier helemaal niet zijn.”
Prompt stappen zo’n twaalf teamleden mee.

De manager verschiet van kleur.
Wij ook een beetje.

We vragen om toevoegingen.
Ellen stapt naar voren:
“Dit wordt de zoveelste poging om te werken
aan versteviging van onze samenwerking.
Met alle respect, ik vind echt dat verbetering nodig is,
maar we hebben al zoveel pogingen gedaan…
Ik geloof niet meer dat het gaat werken.”

Saida vult aan: “Het gaat na zo’n dag drie weken beter
en daarna zakt alles weer in.”

Langzaam beginnen we te snappen waar ze vandaan komen.

Interventie-moe

Dit team is interventie-moe.

Ze kennen het kunstje wel.
Elke twee jaar is er een teambuilding
en dan wordt hetzelfde gesprek gevoerd.
Ze eindigen vol goede moed met de beste voornemens
en daarna gaan ze weer aan het werk.

Geen stokken achter de deur,
geen evaluaties,
niemand die elkaar scherp houdt op de gemaakte afspraken.

Niks meer dodelijk dan dat.

Niet zomaar een teamdag

Dus aan alle teams en managers
die de hei op gaan om hun samenwerking te versterken:
DOE HET NIET.

Tenminste, niet als je daarna geen tijd hebt of neemt
om stevig opvolging te geven aan de gemaakte afspraken.

Liever geen teaminterventie
dan een interventie zonder opvolging.

Want een interventie zonder opvolging,
zorgt voor meer frustratie dan het team ooit kende.
Hebben ze zich eindelijk uitgesproken en dan gebeurt er weer niets mee!
Het al zo taaie proces van een verandering wordt zo mogelijk nog taaier.

Weet waar je ja tegen zegt

Een teamdag is makkelijk gepland.
Ja zeggen tegen een teamdag is ook makkelijk gedaan.

Maar zegt het team ook ja tegen de inspanning die dat van hen vraagt,
na de teamdag?

Onze tip: bespreek dit expliciet van te voren met je team.
Misschien concluderen jullie wel dat nu niet het moment is,
omdat het team nu overloopt en de urgentie van de teamdag niet torenhoog is.

Met dit team gingen we dat gesprek ook aan.
Ze besloten dat de teamdag kans van slagen had,
mits ze die drie maanden later zouden plannen.

Ze realiseerden zich dat ze voorheen
veel te hoge verwachtingen hadden van de teamdag an sich
en zélf niets hadden gedaan om er goed vervolg aan te geven.

Dat besef maakte dat ze het proces nog een kans gingen geven.

Wil je weten hoe wij aankijken tegen teamcoaching? Lees dan ook dit artikel van ons.

Als bovenop de apenrots niet wordt gereageerd op feedback

Als bovenop de apenrots niet wordt gereageerd op feedback

“Volgens de directie zijn er allemaal klachten over mij
Maar niemand weet er zogenaamd wat van.” Briest Gina.
En ik mag blijkbaar niet vragen wie het dan geweest is.
Ik voel me nu heel onveilig.
Als aangeschoten wild.”

Ze ziet ze er niet uit als een zielig aangeschoten dier.

Ze spreekt met flink wat volume,
haar borst vooruit, druk gebarend.

Een aantal collega’s staart cynisch voor zich uit.
Armen over elkaar.
De rest van het team is zichtbaar onder de indruk.
Ze zien er angstig uit.

Het blijft stil.
Niemand voelt zich geroepen om te reageren.

Wat is er aan de hand?

Gina is door de directeur aangesproken op haar gedrag.
Gina’s soms botte manier van reageren maakt dat mensen zich aangevallen voelen.
Hierdoor zijn collega’s steeds terughoudender geworden met hun inbreng.

Gina’s inbreng is zeer waardevol voor het team.
Maar de vorm is zo agressief,
dat niemand meer een ander geluid durft te laten horen.

De directeur vindt dit geen wenselijke ontwikkeling binnen haar team.
Ze wil dat Gina meer ruimte laat aan anderen,
Minder heftig reageert
en haar meningen niet meer als feiten brengt.
Door de opstelling van Gina kan niet iedereen goed uit de verf komen.

Feedback? Van wie dan?

Gina snapt niks van de feedback. 
Het komt totaal uit de lucht vallen.

“Wie heeft dit dan gezegd?
Ik kan het juist met iedereen in het team goed vinden.” Zei ze tegen de directeur.

Nooit heeft iemand iets tegen haar gezegd.
Laat staan haar aangesproken op haar gedrag.
En nu dit!

Gina wil het graag in het volgende overleg op tafel gooien.
De directeur heeft aangegeven dat dat wat haar betreft geen optie is.
Zij wil dat Gina eerst naar haar eigen gedrag kijkt.

Gina is het gesprek boos en verdrietig uitgelopen.
Ze voelt zich genaaid.

In de weken die volgen is Gina toch eens gaan rondvragen.
Ze vraagt bij verschillende collega’s na of zij degene zijn
die dit hebben aangekaart bij de directeur.
Iedereen reageert ongemakkelijk en ontkennend.

Voor haar een bevestiging dat het een storm in een glas water is.

Bij bevriende collega’s klaagt ze steen en been over de
aanpak van de directeur.

Terug naar de teamsessie die ik begeleidde.

De emoties lopen op

“Ik zie dat het je raakt” zeg ik.
“Ja, wat denk je dan”, zegt Gina nog bozig.
“Ik weet gewoon niet om welke situaties het gaat.
Daar blijf ik maar over malen.
Hoe moet ik dan weten wat ik moet veranderen?”, zegt Gina.
“Ik vind het ook oneerlijk.”
Ze zit er verslagen bij.

“Wat gebeurt er nu bij jou”, vraag ik aan Gina.
“Ik merk nu pas hoe verdrietig ik hiervan ben”.
De tranen rollen over haar wangen.
“Ik voel me zo machteloos.
En ik heb het gevoel dat ik er geen controle over heb.
Dat vind ik heel naar.
Ik heb juist graag de controle. Daar gedij ik bij.”
Ze zucht eens diep en haalt haar schouders op.
Haar blik op haar voeten.
Haar handen friemelend in haar schoot.

Van de stevige, boze vrouw die we net zagen is weinig meer over.

De rol van andere teamleden

De rest van het team ziet het ook gebeuren.
“Wil iemand er iets over zeggen?” vraag ik aan het team.

Eerst blijft het even stil.
Dan neemt Cilla schoorvoetend het woord.
“Ik wil er wel iets over zeggen.
Ik heb eerlijk gezegd best vaak moeite met jouw gedrag.
Je kunt heel bepalend zijn in dit team.
Ik voel soms weinig ruimte voor mijn inbreng.”

“Kun je een voorbeeld noemen?” vraagt Gina.

“Ja dat kan ik wel” gaat Cilla verder.
“Zoals laatst met de verdeling van de lokalen voor het nieuwe schooljaar.
Daar hadden Gijs en ik een andere mening over.
Ik heb twee keer geprobeerd mijn mening in te brengen.
Jij veegde mijn argumenten meteen van tafel.
Sterker nog je kraste mijn suggestie door op de flip-over!
Ik heb huilend op de wc gezeten. Dat mag je best weten.”

“Deed ik dat?” vraagt Gina

“Ja” zeggen Cilla en Gijs nu in koor.

“Wat erg!” zegt Gina.
“Het duurde mij allemaal veel te lang,
ik wilde graag door naar de onderwerpen
die in mijn ogen veel belangrijker waren.
Ik wilde alleen maar een beetje tempo maken.

Waarom zeg je dat dan niet op dat moment?!”
De felheid van Gina keert weer even terug.

Cilla schrikt. Gelukkig herpakt ze zich snel.
“Dat vond ik toen veel te spannend.
Maar ik snap nu wel dat dat naar jou toe niet eerlijk is”.

Langzamerhand durven meer teamleden met voorbeelden te komen.
Gina schaamt zich langzamerhand de ogen uit haar kop.
Ze krijgt steeds meer beeld bij het gedrag dat de directeur bedoelde.

Als feedback geven een gevecht wordt

Door de voorbeelden van verschillende collega’s
merkt ze dat ze er wel degelijk pogingen toe hebben gedaan,
maar dat zij die pogingen ook om zeep heeft geholpen.

Collega’s zijn gestopt in hun pogingen om Gina aan te spreken.
Ze nemen haar en haar dominante gedrag voor lief.
Ook als dat betekent dat er geen handige besluiten worden genomen
die later weer hersteld moeten worden.
Liever dat, dan het “gevecht” met Gina.

“En nu?” vraag ik.

“Heel eerlijk gezegd, weet ik het even niet” zegt Gina.
“Ik wil er graag even over nadenken en alles laten bezinken.
Ik ben er behoorlijk door van slag merk ik.
Maar ik vind het wel fijn dat ik dit nu weet.
Nu weet ik tenminste waar de feedback vandaan komt.
Nu kan ik er iets mee.”

Zo maak je feedback geven makkelijker

“Mag ik iets zeggen?” vraagt Carina.
Ze heeft de hele middag nog weinig gezegd.
“Zoals je nu doet, Gina, zou ik je graag vaker willen zien.
Dat zou het voor mij veel makkelijker maken om iets tegen je te zeggen.”

“Hoe doe ik nu dan?” vraagt Gina, want ze heeft geen idee.

“Nou, niet zo stoer, sterk en machtig maar juist kwetsbaar en bereikbaar.
En je hoeft het niet alleen te doen. Wij zijn er ook nog.” zegt Carina.

Carina schenkt een cadeautje aan het team:
Door haar opmerking geeft ze Gina haar plek in het team terug.
Precies wat er nodig was.

Gina slaakt een diepe zucht van opluchting.
De tranen rollen vrij over haar wangen.
Wat haar betreft is het voor nu genoeg.
Voor de rest van het team ook.

Hoe draagt iedereen hieraan bij?

Er zijn mooie eerste stappen gezet. 

Maar het team is er nog niet.
De volgende bijeenkomst gaan we met het team kijken hoe iedereen,
en niet alleen Gina, aan deze situatie heeft bijgedragen.
En wat iedereen kan bijdragen om herhaling te voorkomen. 

Over Firijn

Firijn ontgrendelt de kracht van groepen.

Er zit zoveel meer in een soepel werkend team. Meer plezier, meer inzet, meer commitment, meer snelheid en vooral: meer resultaat. In omzet, in klanttevredenheid, in prestaties, in efficiency, in kwaliteit. Om dat er uit te halen, moet je soms wél stevig ingrijpen. En dan heb je aan ons een goeie.
We hebben een behoorlijk afwijkende werkwijze van de meeste andere coaches.

In alles wat we doen nemen we de groep als geheel als uitgangspunt – niet het individu. Omdat we geloven dat échte verandering, verandering die blijft, alleen in de onderlinge dynamiek kan plaatsvinden. Het is de interactie die teams kan bouwen en breken.

Ben je geïnteresseerd geraakt? Aarzel in dat geval niet om contact met ons op te nemen. Wij zijn er voor je. En voor je team.

Hoe krijg je dat teamlid uit die slachtofferkuil?

Hoe krijg je dat teamlid uit die slachtofferkuil?

Dat ene teamlid dat maar blijft jammeren. Veel teams worden er gek van. Er lekt energie op weg. Zonder dat ze het doorhebben doen teams en hun leidinggevenden er veel aan om het slachtoffergedrag te versterken. 

“Ik denk dat het goed is om te zeggen
dat het niet makkelijk voor me is geweest de afgelopen tijd.”
Zegt Jan, een van de teamleden van een zorgteam dat we coachen.

“Ik had natuurlijk graag mijn functie behouden.
Maar dat bleek fysiek echt niet mogelijk.
Nog steeds heb ik regelmatig klachten waardoor ik niet kan werken.
Ik weet dat er collega’s zijn die dit lastig vinden.”

Inmiddels hebben twee collega’s hun telefoon erbij gepakt.
Hun gezichten spreken boekdelen “Daar gaan we weer…” druipt er vanaf.

De positieve, sprankelende sfeer die er net nog was in het team
is binnen een paar tellen vakkundig om zeep geholpen.

Jan vervolgt, schijnbaar onverstoorbaar en zichtbaar emotioneel.
“Het lijkt wel of ze zich niet kunnen voorstellen wat ik allemaal meemaak.
Ik heb het er vaak genoeg met ze over gehad.
Ik word daar echt verdrietig van.”
Jan schuifelt zenuwachtig heen en weer.
Hij kruipt in elkaar op zijn stoel als hij stopt met praten.

Er valt een korte stilte.

Dan pakt Joanne het stokje op:
“Volgens mij ben ik nu aan de beurt”
Waarna ze doodleuk verder gaat met de opdracht.
Alsof Jan nooit iets heeft gezegd.

De slachtofferkuil

Calimero-gedrag wordt in de meeste teams niet erg gewaardeerd.
Sterker nog, de meeste teams ervaren het als een enorme energieslurper.

Teams en hun leidinggevenden duiden dit gedrag over het algemeen als een individueel probleem: Jan’s probleem dus.
Teamleden hebben daar last van.
Ze voelen zich onmachtig om het te veranderen.
En kijken vaak naar de manager (of de teamcoach) om het op te lossen.

Wij zien het voorbeeld van Jan en zijn team
als een teamprobleem.
En die manier van kijken helpt ons om het op te lossen.

Teampatroon

We beschrijven het patroon dat we zien.
Jan jammert vanuit zijn gebruikelijke slachtofferkuil (dat doet ie vaker).
Hij voelt zich weer niet gehoord en niet serieus genomen.

De rest van het team negeert Jan of behandelt hem daadwerkelijk als slachtoffer,
door eindeloos te sussen, mee te denken en oplossingen aan te dragen.
Mensen verbijten hun irritatie, die bij elke inbreng van Jan versterkt.
Ze hebben niet de illusie dat Jan ooit stopt met jammeren.

Het effect valt te raden:
Jan gaat harder op de deur kloppen.
Het gejammer versterkt.
Het team sluit zich steeds verder af.

Kortom, een zichzelf versterkend patroon
waarbij teamleden compleet uit verbinding gaan.

Interactiepatronen doorbreken

Een eerste stap om dit interactiepatroon te veranderen
is dat het team zich bewust wordt van het patroon
en dat iedereen er op zijn eigen manier aan meehelpt om het in stand te houden.

Je kunt het team helpen bij de bewustwording met luie interventies.
Kenmerkend voor luie interventies is dat ze helpen
om het eigenaarschap in teams te vergroten.

Luie interventies

Voorbeelden van luie interventies in deze situatie zijn bijvoorbeeld:
“Wat gebeurt er nu?”
“Kees, wat zie jij steeds in het team gebeuren als Jan aan het woord is?”
“Wat gebeurt er steeds in dit team als Jan aan het woord is?”
“Karin, hoe denk jij dat het nu met Jan is? En wat zie je bij collega’s X en Y gebeuren in reactie op Jan?“
“Wat wordt hier nu niet gezegd maar wel gevoeld?”

Kortom, vele wegen naar Rome.
Alle genoemde interventies brengen in onze ervaring beweging.

Ze laten teams nadenken over hun eigen patronen.
En meer dan dat: de patronen worden in het team bespreekbaar gemaakt.

Vervolgens is het slim dat teamleden
met elkaar in gesprek gaan
over de (ongewenste) effecten van dit patroon op hun werk.
En onderzoeken hoe ze de patronen waar nodig kunnen gaan doorbreken.

Wil je leren hoe je teams helpt om hun eigen patronen te versterken of te doorbreken? Zonder dat jij er heel hard aan blijft trekken? Dat leer je in onze superpraktische training Luie Teamcoaching met grote impact. De eerstvolgende editie start begin oktober. Er zijn nog twee plekken dus wees er snel bij!

Over Firijn

Firijn ontgrendelt de kracht van groepen.

Er zit zoveel meer in een soepel werkend team. Meer plezier, meer inzet, meer commitment, meer snelheid en vooral: meer resultaat. In omzet, in klanttevredenheid, in prestaties, in efficiency, in kwaliteit. Om dat er uit te halen, moet je soms wél stevig ingrijpen. En dan heb je aan ons een goeie.
We hebben een behoorlijk afwijkende werkwijze van de meeste andere coaches.

In alles wat we doen nemen we de groep als geheel als uitgangspunt – niet het individu. Omdat we geloven dat échte verandering, verandering die blijft, alleen in de onderlinge dynamiek kan plaatsvinden. Het is de interactie die teams kan bouwen en breken.

Ben je geïnteresseerd geraakt? Aarzel in dat geval niet om contact met ons op te nemen. Wij zijn er voor je. En voor je team.

Leidinggevende, wat vind jij hiervan?

Leidinggevende, wat vind jij hiervan?

Je onomwonden uitspreken. Positie nemen. Ook als de rest van het team dat niet doet. Voor leidinggevenden is dat soms bijzonder spannend. We delen een inspirerend voorbeeld.

Ik ben aan de slag met een team in het onderwijs.
Ze bespreken waar ze een team in moeten zijn,
en waarin niet.

Het gesprek komt moeizaam op gang.

Stroeve samenwerking

De communicatie in dit team verloopt stroef.
Teamleden zijn voorzichtig en lijken op hun hoede.

Ik vind de sfeer gelaten.
Niet dat sprankelende wat ik
vaak tegen kom in een onderwijsteam.

De stroeve, gespannen samenwerking is één van de aanleidingen voor teamcoaching.

Doordat de samenwerking niet lekker loopt
hebben teamleden steeds meer de neiging
om overleg en afstemming met collega’s uit de weg te gaan.
Een overleg verloopt bijna nooit normaal of soepel.

Elke keer weer die eindeloze discussies.
IJzige stiltes of heftige gesprekken
totdat iemand kwaad of huilend het overleg uitloopt.
Ze hebben geen zin meer in dat gedoe.

Overleg, is dat nodig?

Het team lijkt er niet mee te zitten dat overleg gemeden wordt.
Zolang iedereen zich richt op de primaire taak van onderwijs geven,
is er niks aan de hand.

Toch?

We keren weer even terug naar het stroeve gesprek,
waarin Anneke zich voorzichtig begint uit te spreken over de samenwerking:
“Het valt me op dat iedereen zich steeds vaker terugtrekt in de eigen klas
en het vooral voor haar eigen klas goed regelt.”

Een paar mensen knikken.
Anderen kijken verveeld.

“Is het erg als iedereen zich terugtrekt op z’n eigen eilandje?” vraag ik met
een schuin oog op de directeur.

“Het is toch logisch dat iedereen het voor de eigen klas goed wil regelen?” vult Kaya aan.
“Ik zie dat niet als een probleem”.
Een aantal collega’s knikt driftig mee.

Leidinggevende, wat vind jij hiervan?

Dan neemt de directeur het woord:
“Ik vind het wél een probleem dat iedereen
zich op zijn eigen eilandje terug trekt”
zegt ze nadrukkelijk.
Haar irritatie druipt er vanaf.

Meteen is iedereen alert.

“Jullie staan regelmatig bij mij aan mijn bureau te klagen over de hoge werkdruk.
Vervolgens hoor ik dat jullie allemaal zelf aan het uitzoeken zijn
hoe het Hoogvliegers-programma werkt of
hoe je bij de Rekentijger kunt differentiëren.
En ieder van jullie zit regelmatig ’s avonds op internet
werkjes en knutsels uit te zoeken.

Zo onnodig!

Als jullie het werk zouden verdelen en meer zouden afstemmen
dan zou jullie dat veel tijd en energie schelen.” gaat de directeur verder.
“Ik wil dus dat jullie met elkaar gaan afstemmen
in plaats van je allemaal op te sluiten in je eigen klas!”
Ze is heel gedecideerd en kijkt de teamleden een voor een aan.

Het blijft stil.
Doodstil.

Er worden wat blikken uitgewisseld.
Wat heen en weer geschoven op de stoel.

De directeur blijft ook stil. Ze wacht af.
Haar hele lichaam straalt uit dat het team nu aan zet is.
Zij gaat het niet doen.

Je bent niet de enige

Dan zegt Anneke: “Je hebt gewoon gelijk.
Natuurlijk zouden we meer met elkaar af moeten stemmen.
Maar dat levert bij ons zoveel gedoe op.
Daarom ben ik ermee gestopt maar eerlijk gezegd
vind ik dat ontzettend jammer.”

Ze krijgt bijval van een aantal collega’s.
Er blijken meer teamleden het overleg en
het sparren met collega’s te missen.
Er is een groot verlangen bij het merendeel van het team
tot meer afstemming en samenwerking.

Positie innemen helpt

De directeur haalt opgelucht adem.
Het was niet makkelijk voor haar om stil te blijven.
Ze was doodsbang dat het team de handschoen niet zou oppakken.
Maar gelukkig deden ze dit wel.

Er ontstaat een andere sfeer.
Een sfeer van urgentie.

Die was bij aanvang ver te zoeken.

De eerste stappen

Het probleem is nog niet opgelost,
Maar er ontstaat nu tenminste overeenstemming
over wat het probleem is en hoe urgent het is om dit probleem op te lossen.

Nu kunnen we aan het werk!

Als het team even later met elkaar in gesprek is vraag ik ze:
“Hoe vinden jullie dat jullie nu met elkaar aan het werk zijn?”
Ik zie blije, opgeluchte gezichten.

Er is meer energie in de groep gekomen.
Nog niet voor de volle 100%.
Maar de eerste stap is gezet.

Wil je leren hoe je in kleine, haalbare stappen teams naar duurzaam succes coacht? Bij onze training luie teamcoaching met grote impact zijn nog enkele plekken vrij. Start in februari.